Arbeidsoriënterende stagefase.

Als de leerlingen de oriënterende stagefase hebben doorlopen komen ze in aanmerking voor de arbeidsoriënterende fase.
Ze hebben laten zien dat ze “stagerijp” zijn, d.w.z. men kan op tijd komen, ze hebben een goede werkhouding, vertonen een goede inzet en kunnen goed omgaan met collega’s en leidinggevenden. Daarnaast moet je 15 jaar zijn om aan deze fase te kunnen beginnen èn je moet zelfstandig kunnen reizen!

Na overleg tussen coördinatoren interne stage, stagedocenten arbeidsoriënterende stage en de stagecoördinator kan een leerling van start gaan met de arbeidsoriënterende stage.

De leerling gaat gedurende 4 periodes van 10 weken één en/of twee dagen per week stage lopen in bedrijven. Bij de keuze van de stageplaats wordt gekeken naar de capaciteiten en interesse van de leerling en naar de aard van het werk. De nadruk moet liggen op het oriënterend karakter van de stage.

Er wordt stage gelopen in de sector techniek, dienstverlening en zorg/welzijn. Ter afsluiting van stageperiode 3 is er een volledige stageweek.

De bedrijven voor de arbeidsoriënterende stage worden door de stagedocent aangeboden (wel bezien vanuit de capaciteiten en de interesse van de leerling. In deze fase staat kennismaken met “werken in bedrijven” voorop. In de derde stageperiode is de keuze van de bedrijfssector mede aan de leerling in overleg met de stagedocent.

Wekelijks, ná de stagedag(en), wordt met de stagedocent besproken hoe de stage is verlopen. Per periode gaat de stagedocent (coach) minimaal 2 keer op stagebezoek om op de werkplek van de leerling te gaan “kijken” en de ervaringen van het bedrijf te bespreken.

De leerling heeft een stageboekje dat voor hem een goede steun is om het bedrijf en de sector te leren kennen!

Op deze manier wordt de leerling nauwlettend gevolgd opdat hij optimaal kan functioneren tijdens deze stageperiode.

IOP (Individueel Ontwikkel Plan)

In iedere periode wordt per leerling een inventarisatie gedaan en daarna een plan opgezet. Hierin wordt vermeldt:

-   welke wensen er zijn

-   over welke stagesoort het gaat

-   over welke periode het gaat

-   in welk stagebedrijf de leerling wordt geplaatst

-   welke doelen worden nagestreefd

-   waarin extra ondersteuning kan worden aangeboden binnen het onderwijs (cursus)

-   op welke dagen stage wordt gelopen

-   wanneer de leerling vrij is van stage

Dit plan wordt zowel door de leerling, ouders en docent ondertekend.

Een stagecontract wordt opgemaakt en het wordt ondertekend door leerling, school, bedrijf en ouders.

Heeft de leerling een positieve beoordeling gekregen van zowel de bedrijven als van de stagedocent en heeft de leerling een keuze gemaakt in welke richting hij verder wil, dan zal in overleg met de stagecoördinator een verder plan worden uitgezet.

De leerling stroomt dan door naar de volgende fase:

arbeidsvoorbereidende stagefase.